ANKEVEEN – Dit voorjaar streken tien paar zeldzame witwangsterns neer in de Ankeveense Plassen om te broeden. Negen paar brachten minimaal één jong groot; bij één paar kwamen de eieren niet uit.
De vogels werden in mei en juni regelmatig gezien in de Ankeveense Plassen. Dirk Prop, coördinator broedvogels van Vogelwerkgroep Het Gooi en Omstreken, gaf aan dat de vogels er onder meer kikkertjes vingen. Dat wees erop dat ze ergens in het gebied een broedplek hadden gevonden. Die plek ligt op een deel van de plassen dat niet toegankelijk is voor publiek. “De witwang kwam helemaal uit de lucht vallen”, zegt Prop.
De komst van de witwangstern is opvallend, omdat de soort in Nederland maar met enkele tientallen paren broedt. Natuurmonumenten noemt de vestiging in Ankeveen uniek. Tot nu toe kende de organisatie vaste broedlocaties bij het Zuidlaardermeer en De Onlanden. Dirk-Jan van Roest, coördinator natuurbeheer bij Natuurmonumenten, zag de komst van de vogels niet aankomen. “Natuurmonumenten heeft in Hollands-Ankeveen hard gewerkt aan het uitbreiden en verbeteren van leefgebied voor moerasvogels als de roerdomp en de zwarte stern. We hadden niet durven dromen dat het gebied ook zo’n unieke soort als de witwangstern zou trekken.”
Natuurlijke broedplek
Prop vindt vooral de manier waarop de vogels een broedplek vonden opvallend. Natuurmonumenten legde voor de zwarte stern speciale nestvlotjes in het water, maar de witwangstern gebruikte die niet. De vogels bouwden hun nesten op de bladeren van gele plomp en waterlelie. “De zwarte stern gaat op die vlotjes broeden. Die witwang maakt geen gebruik van vlotjes.” Prop vindt het juist bijzonder dat de vogels zelf een natuurlijke broedplek vonden. “Dat wordt door alle vogelaars geweldig gevonden.”
Ook de zwarte stern keerde dit jaar terug naar de Ankeveense Plassen. Drie tot vijf paar gebruikten de nestvlotjes van Natuurmonumenten om te broeden. De soort was daar enkele jaren niet meer als broedvogel aanwezig.
Ook andere moerasvogels profiteren
Natuurmonumenten haalde de afgelopen tijd bomen en struiken weg in Hollands-Ankeveen. Daardoor ontstond meer open moeras voor moerasvogels. De gele plomp en waterlelie waarop de witwangsterns hun nesten bouwden, groeiden er al voordat de werkzaamheden begonnen.
“Een open landschap met weinig bomen telt weinig roofvogels. En hoe minder roofvogels, hoe veiliger de kuikens zijn.”
Het is niet duidelijk of die werkzaamheden de komst van de witwangstern hebben veroorzaakt. Volgens Van Roest biedt het open landschap wel voordelen. “Een open landschap met weinig bomen telt weinig roofvogels. En hoe minder roofvogels, hoe veiliger de kuikens zijn.” Ook de nabijgelegen kolonie kokmeeuwen helpt volgens Van Roest. De meeuwen verdedigen hun nesten agressief tegen roofvogels en kraaien. “De nabijheid van een broedkolonie kokmeeuwen was ook een pluspunt. Witwangsterns profiteren van het feit dat kokmeeuwen hun nesten agressief beschermen tegen roofvogels of kraaien.”
Natuurmonumenten voert de werkzaamheden uit binnen de Aanpak Oostelijke Vechtplassen. Dat programma loopt tot 2028. De organisatie verbetert daarmee onder meer leefgebied voor moerasvogels zoals de roerdomp en zwarte stern.