HILVERSUM/LAREN – Bijna 40 procent van de Nederlandse 15-jarigen haalt het minimale niveau van leesvaardigheid niet. Ook op middelbare scholen in het Gooi merken docenten dat leerlingen moeite hebben met begrijpend lezen. Zo geven leerlingen soms een verkeerd antwoord op een toets, terwijl het antwoord letterlijk in de tekst staat.
Uit het internationale PISA-onderzoek blijkt dat 39 procent van de Nederlandse 15-jarigen niet goed genoeg leest om succesvol mee te kunnen doen op school. Daardoor kunnen jongeren niet alleen moeite krijgen met hun opleiding, maar ook met alledaagse situaties. Ruim 6.600 Nederlandse leerlingen van 177 scholen deden mee aan het onderzoek.
Op het Lucent College in Hilversum herkent docent Nederlands Jennifer van Wetering dit landelijke percentage niet in de eigen examenklassen. Bij deze klassen wordt dan ook extra aandacht besteed aan leesvaardigheid. “Voorlezen, samenvatten, samen kijken of we snappen wat er staat.” In de brugklassen ziet de docent wel een ander beeld: “We nemen leestoetsen af om het niveau te bepalen en daar schrikken we echt van”, vertelt ze.
“We nemen leestoetsen af om het niveau te bepalen en daar schrikken we echt van”
Ook Geerte Minnaard, docent Nederlands op Laar & Berg, ziet niet in haar klassen terug dat leerlingen de afgelopen jaren slechter zijn gaan lezen. Op basis van examenresultaten merkt ze naar eigen zeggen geen duidelijke verandering. Wel lezen jongeren volgens haar minder aandachtig. Leerlingen kunnen volgens haar meestal wel lezen en begrijpen wat er letterlijk staat. “Alleen ze kunnen er niet goed een conclusie voor zichzelf uit trekken”, vertelt de docent.
Op het Lucent College ziet van Wetering dat leerlingen soms moeite hebben om een tekst goed te verwerken. “Bij toetsen geven leerlingen verkeerde antwoorden omdat ze de vraag niet begrijpen, terwijl het antwoord soms letterlijk in de tekst staat.”
Invloed van telefoon
Beide docenten wijzen op een korte spanningsboog bij jongeren. Van Wetering ziet dat leerlingen zich in de klas korter kunnen concentreren dan vroeger: “Ik heb het idee dat de spanningsboog van sommige leerlingen maar een paar minuten is. Als iets langer dan een paar minuten duurt, haken ze af. Om te lezen moet je een focus hebben die langer dan een aantal minuten duurt.” Leerlingen moeten moeite doen om in een verhaal te komen en die moeite kunnen of willen ze niet meer nemen, legt ze uit.
Ook raken ze sneller afgehaakt wanneer een tekst hen niet meteen interesseert, zegt Minnaard. “Kinderen willen heus wel lezen als het onderwerp ze maar pakt.” Volgens haar ligt daar ook een taak voor docenten: teksten aanbieden die aansluiten bij de interesses van leerlingen.
"Kinderen willen heus wel lezen als het onderwerp ze maar pakt.”
Beide docenten wijzen ook op het gebruik van sociale media als een van de factoren die een rol spelen bij de afname van leesvaardigheid van jongeren. “Sociale media zijn natuurlijk erg vluchtig, en als je veel op sociale media zit, verandert je concentratievermogen", vertelt Minnaard. Vooral korte filmpjes op platforms als TikTok en Snapchat zouden volgens hen invloed hebben op de concentratie van leerlingen.
Oplossing
Beide scholen proberen leerlingen daarom meer te laten lezen. Op Laar & Berg is een extra leesuur ingesteld. Ook is er een leesclub, waarbij leerlingen zelf een boek mogen uitkiezen. Op het Lucent College begint de les van Van Wetering met individueel lezen in een boek dat aansluit bij de interesses van de leerling. Daarnaast zijn er leesclubs en een mediatheek. Ook hanteert de school een streng telefoonbeleid.
Volgens Van Wetering is het belangrijk om leerlingen ook het nut van lezen uit te leggen. Een grotere woordenschat helpt bij communiceren en om op een hoger niveau mee te kunnen komen, en dus meer geld te verdienen. “Dat geld spreekt ze meestal wel aan. Dat een goed boek ook ontspannend kan zijn, kunnen ze bijna niet geloven.” Ook ouders kunnen volgens de docent een voorbeeld geven door zelf te lezen, naar de bibliotheek te gaan en thuis boeken beschikbaar te hebben.
gevolgen voor de toekomst
Volgens Janine Wiersma van Stichting Lezen en Schrijven zijn de gevolgen van onvoldoende leesvaardigheid ook buiten school merkbaar. “Lezen, schrijven en rekenen zijn vaardigheden die je je leven lang nodig hebt. Een deel van deze vijftienjarigen loopt het risico om ook in de toekomst moeite te blijven houden met deze basisvaardigheden.” Jongeren kunnen daardoor later moeite krijgen met bijvoorbeeld digitale overheidszaken, een afspraak maken bij de huisarts of hun werkrooster invullen. “Lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden zijn basisvaardigheden die iedereen nodig heeft om mee te kunnen doen op de arbeidsmarkt en in de samenleving.”
"Lezen, schrijven en rekenen zijn vaardigheden die je je leven lang nodig hebt."