Start van hoofdcontent
nl

Column: De laatste over de eerste

31 augustus 2026, 11.41 uur
Door Sjaak Grosthuizen · Foto: Streekomroep_West-Friesland

Eigenlijk is dit de laatste column van de bundel over het bestuursjaar 25/26, maar de raadscommissie kwam deze week al bij elkaar en dus gaat de laatste column over de eerste bestuursweek. Best wel apart, al zeg ik dat zelf. Een goede vriend van mij die met flinke regelmaat de columns leest, vroeg mij naar die vergadering. Hij is niet zozeer geïnteresseerd in gemeentelijke huis-, tuin- en keukendingetjes, maar meer in de poppetjes. Hij verwachtte van mij een verhaaltje over met groot enthousiasme vervulde politici die bijna uitgelaten staan te popelen om weer eens hun zegje te mogen doen. Een soort van dolblije-koeien-voor-het-eerst-weer-in-de- weivreugde. Of ik dat heb waargenomen.

Ik kon hem een beetje geruststellen. Men kon best wel enig enthousiasme waarnemen. Zeker, omdat voorafgaand aan de vergadering een petitie werd overhandigd aan wethouder Niek Heijne over het verbod voor de te verhuizen Oekraïners om hun huisdier mee te nemen. Er was zowaar heel echte persbelangstelling met grote televisiecamera. En de vergadering werd voorgezeten door de politiek ervaren Chris de Meij. Hoe hij dat deed, wilde mijn vriend weten. Dat deed hij keurig, kon ik hem geruststellen. Ik zag dat hij deze mededeling best wel wat aangedikt en aangevuld met sappige details had gezien, maar ik ga de waarheid niet verdraaien omdat er gewacht wordt op vileine kwinkslagen. 

Mijn vriend wilde die wel graag horen en hij deed een paar voorzetjes. Was Roger Tonnaer er ook en hoe was-ie? Ik vertelde hem zo zakelijk mogelijk hoe hij vragen aan wethouder Niek over de verhuisdierenproblematiek niet beantwoord kreeg zoals hij verwachtte en dat voorzitter Chris zo beleefd en voorkomend als mogelijk trachtte hem te stoppen toen hij zijn gram maar bleef uiten waar hem de ruimte was gegund slechts vragen te stellen. 'Schitterend!' Vond mijn vriend. Hij herkende de oude politicus daar volledig in. Nee, na dat punt nam zijn partijgenoot Jeroen van der Veer zijn stoel aan de vergadertafel over. 

Ach ja, Jeroen! Ook over deze politicus, die in de afgelopen tijd wel eens genoemd werd in mijn columns, wilde mijn vriend alles weten. Ik heb hem in het verleden wel eens verdacht van het willen oprichten van een fanclub voor Jeroen. Hoe schuin ging hij zitten tijdens zijn inbreng was de eerste van zijn vragen. Misschien stelde ik hem teleur met de mededeling dat hij niet schever op één ellenboog ging leunen dan anders. Heeft hij nog veel inbreng gehad in de vergadering? Ik kon hem geruststellen. Misschien wel het vaakst van allemaal, kon ik vertellen, maar op de vraag wat hij dan heeft gezegd, kon ik niet meteen antwoord geven. Ik beken dat ik ook meer aandacht had voor zijn spreek- en vraaggedrag dan voor de verbale inbreng. Ach, dat geheugen van jou blijft toch een dingetje, troostte hij me.

Maar hoe Martijn Martens het deed, wilde hij ook weten. Martijn heeft enorm zijn best gedaan, kon ik melden. Hij is geen schreeuwer in de microfoon en ik heb niet alles heel goed kunnen horen. 'Maar?' Vroeg mijn vriend voorts. Hij hoorde kennelijk een maar in mijn antwoord en na een korte denkpauze meende ik waarom er toch in mijn verslagje een maartje paste. Je moet Martijn even de tijd gunnen om in het raadswerk te groeien, legde ik hem uit. Echt waar, over een tijdje zit daar een heel andere Martijn. Nog geen Jeroen, maar wie weet, hoe hij zich nog kan ontwikkelen. Wanneer je de twee sets technische vragen van behoorlijk pittig niveau qua woordgebruik en zinsbouw leest, die FvD over de Buitenstad heeft gesteld en waar ambtenaren best wel een tijdje zoet mee moeten zijn geweest, dan kun je nog niet meteen horen dat Martijn die vragen zelf heeft bedacht.

De gretigheid van mijn vriend naar de gang van zaken van de vergaderingen van raad en raadscommissie heeft, ondanks mijn adviezen in die richting, nooit geleid tot het zelf volgen van de vergaderingen. Hij laaft zich liever aan mijn ervaringen bij deze sessies. Hij wilde alleen nog iets weten over de vergadertijd. Ik kon hem ook hierin geruststellen. Er is geen moment van afraffelen geweest; de vergadertijd over de korte agenda duurde ruim twee uur. Dat leidde bij mijn vriend tot een gedenkwaardige spreuk: Een echte democratie gedijt/ het best met ruime vergadertijd. Dat zetten we op een tegeltje, besloten we samen.