REGIO - Het Goois Natuurreservaat kent verboden zones. In deze rustgebieden mogen geen bezoekers komen. Eens per maand maakt de natuurorganisatie daarop een uitzondering: afgelopen weekend mocht een groep van zo'n twintig geïnteresseerden onder begeleiding van een IVN-natuurgids een rondje door het Laarder Wasmeer maken.
Anoeska van de Moosdijk, coördinator vrijwilligerswerk en educatie bij het Goois Natuurreservaat, loopt mee met de georganiseerde excursie. Voor haar is de wandeling ook een bijzondere ervaring. "Hier kom ik anders nooit."
Het gebied zaait nieuwsgierigheid onder bezoekers, die normaal gesproken enkel vanaf de randen naar binnen kunnen kijken. Eén koppel fietst er altijd langs. "Om het dan van binnenuit te zien, is toch anders", zeggen Petra en Robin.
Rustgebied
Van de Moosdijk benadrukt het belang van rustgebieden voor de ontwikkeling van de natuur. "Sommige planten en dieren gedijen dan het beste." Sterker nog: bepaalde plantjes groeien enkel in het Laarder Wasmeer, juist omdat daar zo weinig bezoek komt.
Tijdens de wandeling zijn meerdere van die bijzondere dieren- en plantensoorten te zien.
Oeverlibel
Het stikt in het Laarder Wasmeer van de roofinsecten. Ze zoemen graag rond burchten, verhoogde zandplateau's en stapels oud hout. Daar is namelijk veel eten te vinden. Zo ook voor de Gewone oeverlibelle.
Deze soort is te herkennen aan de lengte. Ze zijn namelijk groter dan andere oeverlibellen. Hun achterlijf is pijlvormig: het begint breed, eindigt in een punt en heeft rechte zijkanten. Vaak hebben ze een opvallend geelbruine kleur.
De libel is volgens Van de Moosdijk een van de meeste beruchte jagers binnen de insectenwereld. "In tachtig procent van de gevallen vangt zij wel iets - soms wordt zelfs 95 procent genoemd. Geen enkele andere jager heeft zo'n hoog succespercentage." Libellen eten allerlei vliegende insecten, zoals bijvoorbeeld vliegen en muggen.
De Gewone oeverlibelle komt in heel het land voor. Hun leefgebied wordt steeds groter en de hoeveelheid Gewone oeverlibellen steeds hoger: de afgelopen jaren is een fikse verspreiding en stijging van aantallen te zien.
Duizendguldenkruid
Duizendguldenkruid, de plant met de knalroze bloemetjes, krijgt de naam vanwege het uiterlijk. Van de Moosdijk: "Mensen vonden de bloemetjes zo mooi, dat het ze blijkbaar wel duizend gulden waard was." De hoge waarde in de naam kan ook komen door de geneeskrachtige werking van de plant. Het kruid wordt traditioneel gebruikt als middel tegen verstopping.
Het kleine plantje is tweejarig en doet het 't beste in de halfschaduw, maar wél op een zonnige plek. De natuurlijke groeiplaatsen zijn aan bosranden, in graslanden of aan de oever. De droogte in het Laarder Wasmeer valt het Duizendguldenkruid dan ook zwaar.
De bloemetjes groeien niet heel gemakkelijk. Ze zijn daarom in het Goois Natuurreservaat weinig te zien. In het Laarder Wasmeer kleurt het wel roze. "Kijk! Daar zie je er één," roept Van de Moosdijk opgetogen. "En daar nog één, en daar nóg één!"
Blauwvleugelsprinkhaan
De blauwvleugelsprinkhaan - de naam zegt het al - heeft helderblauwe vleugeltjes, die pas tevoorschijn komen op het moment dat het diertje de vleugels uitklapt.
Het insect is vrij moeilijk te spotten, en nog moeilijker te vangen. "Ze springen zo voor je voeten uit het gras", zegt Van de Moosdijk. Dat gaat vaak zo snel dat je het helemaal niet doorhebt.
Toch lukt het de 6-jarige Rinde en haar broer Flint (8), die enthousiast meedoen aan de wandeling, om er een te pakken te krijgen. Trots laten ze het beestje in het kijkpotje zien aan de rest van de bezoekers. Na vijf minuten verwondering, wordt de sprinkhaan weer vrijgelaten.
Klokjesgentiaan
De Klokjesgentiaan valt Van de Moosdijk tijdens de wandeling direct op. Het plantje doet het vooral goed op plekken waar door dieren gelopen wordt, zoals langs de smalle paadjes waar Schotse Hooglanders komen. "Juist dat vinden ze blijkbaar op de een of andere manier prettig. Ook heeft begrazing invloed op hoe goed dit plantje het doet."
Het exemplaar in het Laarder Wasmeer bevindt zich ook naast zo'n runderpaadje. "Deze is alleen nog niet volledig gaan bloeien", zegt Van de Moosdijk. "De blaadjes zitten dicht." Het is de enige klokjesgentiaan die tijdens de wandeling wordt gespot.
De blauwe bloem houdt van een licht zurige en schrale grond. Vroeger kwam deze Gentiaan vaak voor, maar tegenwoordig is de Klokjesgentiaan ronduit zeldzaam te noemen. Ze vormen een 'bondje' met het Gentiaanblauwtje, een bijzondere vlinder die haar eitjes alleen op deze plant afzet.
"De rupsen eten de bloemen en vallen daarna op de grond," vertelt Van de Moosdijk. "Daar wachten ze om mee genomen te worden door een steekmier - ook weer een bijzonder diertje trouwens, die de poppen vaak aanziet als een van hun eigen." De Gentiaanblauwtjesrups ontpopt zich vervolgens in het nest van deze mieren en maakt dan dat-ie wegkomt. "Een ontzettend precair evenwicht, dat makkelijk verstoord raakt."
Schotse Hooglanders
De Schotse Hooglanders in het Laarder Wasmeer leven in familieband met elkaar. De kalveren blijven dus binnen de kudde en de dieren gaan elkaar zo beschermen. Dat betekent ook dat de runderen niet van buitenstaanders, zoals de mens, gediend zijn.
"Op termijn willen we kijken of we het leefgebied van de hooglanders groter kunnen maken zodat ze ook tussen publiek lopen, en zich kunnen terugtrekken in het rustgebied," legt Van de Moosdijk uit.
Helaas laten de aaibare beestjes hun gezicht zondag niet zien. "Toch jammer", aldus het wandelkoppel Robin en Petra, maar ze treuren er niet lang om. Het actieve duo komt gewoon nog een keertje terug: over twee weken is Landgoed Monnikenberg aan de beurt. "Ik weet niet of die runderen daar zijn, maar daar zijn weer andere dingen te zien."