BUSSUM – Wethouder Barbara Boudewijnse herdacht maandagavond voor een van de laatste keren in functie de oorlogsslachtoffers in Bussum. Voor
haar is 4 mei geen abstracte plichtpleging, maar persoonlijk.
De muziek klinkt al van de overkant als de
menigte aanloopt naar het Monument voor de Gevallenen aan de Dr. Frederik van
Eedenweg. Voor wethouder Barbara Boudewijnse is dat moment elk jaar opnieuw
ontroerend. "Als je dan dat orkest hoort spelen, ik vind het
prachtig."
Ze komt al bijna dertig jaar naar de herdenking in
Bussum. Maar dit keer is het anders. Het is een van haar laatste officiële
optredens als wethouder. Volgend jaar staat ze er als gewoon burger.
Vader
Waarom 4 mei haar nooit loslaat, heeft alles te
maken met haar ouders. "Dodenherdenking is voor mij heel erg verbonden met
de geschiedenis van mijn vader en moeder. Mijn vader heeft als politiek
gevangene vier jaar in Duitsland gevangen gezeten. Hij overleefde het
ternauwernood." Die oorlog tekende hem voor de rest van zijn leven. Dat
krijg je van kinds af aan mee. Dus 4 mei is voor mij een heel belangrijke dag"
Na de bijeenkomst in een volle Wilhelminakerk, waar
naast Boudewijnse zelf ook de voorzitter van de Joodse gemeente sprak, trok een
stille stoet naar het monument voor de kranslegging. De wethouder was onder de
indruk van de opkomst. En dan vooral van het aantal jongeren dat er stond.
Doorgeven
Doorgeven vindt de wethouder essentieel. De
generatie die de oorlog zelf meemaakte, wordt steeds kleiner. "Ik denk
niet dat er hier veel mensen in deze menigte zijn die het nog hebben
meegemaakt." Zelf leerde ze herdenken van haar ouders, door mee te gaan,
mee te staan. "Ik denk dat we dat moeten doorgeven aan jongeren."
Bevrijdingsdag viert ze ingetogen, geen feesten,
liever een fietstocht als het weer het toelaat. Maar wel met de geschiedenis in
het achterhoofd. "Er is zoveel narigheid in de wereld, zoveel oorlog. Dan
zing ik ons volkslied wel uit volle borst mee. We hebben niet zomaar
vrede."