Het is stil bij de Grote Kerk in Hoorn. Mensen staan dicht bij elkaar, maar zeggen niets. Namen worden gelezen. Soms zacht herhaald.
Vijf mannen.
Voor de meeste mensen is de Tweede Wereldoorlog geen herinnering meer, maar geschiedenis. Iets uit boeken, documentaires, of een verhaal dat nog eens aan de keukentafel wordt verteld. De bezetting voelt ver weg, bijna abstract.
En dat is begrijpelijk. Tijd doet wat tijd doet. Het verzacht. Het schuurt minder.
Maar het wist ook uit.
En precies daar zit het probleem.
Want als herinneringen vervagen, verdwijnen ook de mensen uit beeld. De Joodse inwoners die werden weggevoerd en nooit terugkeerden — buren, winkeliers, klasgenoten; ineens verdwenen. Gehandicapten die niet voldeden aan het Arische ideaal werden uitgesloten en vermoord. Homoseksuele mannen en vrouwen, en anderen die niet binnen het normbeeld pasten. De Roma en Sinti, nog te vaak weggedrukt naar de randen van onze herinnering. Verzetsmensen, van wie sommigen namen kregen en anderen niet — en de velen van wie het verhaal ontbreekt.
En de mannen die in Hoorn zijn doodgeschoten.
In januari 1945 werden vijf mannen door de bezetter dwars door de stad naar de Grote Kerk gevoerd. Daar werden ze gefusilleerd. Een represaille. Vergelding na een liquidatie door het verzet.
Omstanders werden gedwongen toe te kijken.Een van hen viel op zijn knieën en riep om zijn moeder.
Hun dood was bedoeld als signaal.
Zonder die verhalen worden slachtoffers cijfers.
En wordt herdenken een ritueel. Twee minuten stilte, zonder dat het nog ergens raakt.
Maar geschiedenis is geen afgesloten hoofdstuk.
Ook nu worden mensen op verschillende plekken in de wereld vernederd, verdreven en gedood.Het gebeurt nog altijd. Terwijl we blijven zeggen: nooit weer.
Wie denkt dat wat toen gebeurde achter ons ligt, kijkt niet goed om zich heen. Antisemitisme en vreemdelingenhaat nemen toe. In Europa, maar ook dichterbij dan we misschien willen toegeven. Racisme en uitsluiting zijn niet verdwenen — ze zijn er nog, soms subtiel, soms openlijk.
En het begint nooit groot.
Het begint klein. Met woorden. Met het aanwijzen van ‘de ander’. Met het idee dat sommige mensen er minder toe doen dan anderen. Dat soort denken groeit. Zeker als we onszelf vertellen dat het verleden niets meer met ons te maken heeft.
Daarom is 4 mei meer dan een ritueel.
Of we nog zien wat er kán gebeuren.Democratie en rechtsstaat zijn niet vanzelfsprekend. Ze moeten onderhouden worden — juist als het niet dringend lijkt.