HILVERSUM – Scholieren in het Gooi hebben met sensoren op
hun fiets de luchtkwaliteit gemeten. Het Snuffelfiets-project brengt daarmee
fijnstof in kaart tijdens dagelijkse fietsroutes.
Scholieren van onder meer het A. Roland Holst College en het
Alberdingk Thijm College fietsten de afgelopen periode met een sensor op het
stuur door hun eigen omgeving om te meten hoeveel fijnstof er in de lucht zit.
Het gaat om het Snuffelfiets-project, een initiatief dat in meerdere regio’s in
Nederland wordt uitgevoerd. Gisteren presenteerde het Alberdingk Thijm College
de eerste resultaten aan wethouder Bart Heller.
Volgens projectleider en scholencoördinator Dorien
Dorresteijn draait het project vooral om het zelf ervaren van luchtkwaliteit.
Zij stelt dat leerlingen daardoor beter begrijpen wat er in hun eigen
leefomgeving gebeurt. “We willen dat leerlingen het zelf ervaren en ontdekken
wat er in hun eigen omgeving gebeurt,” zegt zij. “Dat maakt veel meer indruk
dan alleen les uit een boek.”
De resultaten laten wisselende waarden zien, afhankelijk van
het moment van meten en de omstandigheden onderweg. Volgens Heller spelen
factoren als verkeer, windrichting en weersomstandigheden daarbij een grote
rol. “Op verschillende momenten meet je ook verschillende waarden,” zegt hij.
Daarom zijn enkele metingen volgens hem niet genoeg om harde
conclusies te trekken. Hij benadrukt dat fijnstof lastig precies te bepalen is
en zich bovendien niet aan gemeentegrenzen houdt. “Twee of drie metingen is
eigenlijk te weinig om echt inzicht te krijgen,” aldus Heller. “Fijnstof stopt
niet bij de gemeentegrenzen.”
Echter is volgens Heller de grootste winst van het project niet de data, maar vooral de bewustwording bij
leerlingen. Hij ziet dat de jongeren vaak meer weten over luchtkwaliteit dan de
gemiddelde inwoner. “Een aantal jaar geleden was hier nog een kleine groep mee
bezig, maar dat is nu echt een grotere groep aan het worden,” zegt hij.
Landelijk project
Het Snuffelfiets-project is een landelijk project en begon
als pilot in de provincie Utrecht. Inmiddels doen tientallen scholen mee en
worden sensoren op grotere schaal ingezet om luchtkwaliteit te meten. Het
project sluit aan bij het Schone Lucht Akkoord, dat ook door de gemeente
Hilversum is ondertekend en waarin overheden afspraken hebben gemaakt om de
luchtkwaliteit in Nederland te verbeteren.
Volgens Dorien Dorresteijn ligt de kracht van het project in
het bredere perspectief. Zij stelt dat luchtkwaliteit geen lokaal probleem is
dat ophoudt bij een gemeentegrens. “Luchtkwaliteit houdt zich niet aan grenzen.
Daarom is het belangrijk dat je dit breder aanpakt,” zegt zij.
Volgende Heller benadrukt dat de gemeente en politiek dit
niet alleen kunnen oplossen. Volgens hem is de inzet van inwoners zelf
noodzakelijk om echt verschil te maken. Hij wijst daarbij opnieuw op factoren
als houtstook en verkeer, die volgens hem direct invloed hebben op de
luchtkwaliteit. “Houtstook en verkeer spelen ook mee. Iedereen kan bijdragen
aan schonere lucht,” aldus Heller.
“Mensen worden steeds bewuster, maar er is nog werk aan de winkel,”
De komende periode wordt gekeken naar verdere uitbreiding
van het project naar meer scholen in de regio. Volgens Heller past dat binnen
de bredere aanpak om jongeren actief bewust te maken van luchtkwaliteit.
“Mensen worden steeds bewuster, maar er is nog werk aan de winkel,” aldus
Heller.
De meter
De metingen worden uitgevoerd met een kleine sensor die
leerlingen op het stuur van hun fiets bevestigen. Deze zogenoemde
Snuffelfiets-sensor registreert tijdens het fietsen automatisch de hoeveelheid
fijnstof in de lucht. De sensor meet continu onderweg, waardoor een route als
het ware wordt “ingekleurd” met luchtkwaliteitswaarden per straat en tijdstip.
De verzamelde gegevens worden via een online platform
opgeslagen en later geanalyseerd. Leerlingen kunnen hun eigen routes terugzien
op een kaart, waarop zichtbaar wordt hoe de luchtkwaliteit per locatie en
moment verschilt.
Volgens Dorien Dorresteijn maakt dat het project extra
waardevol. “Het is ook leuk voor studenten dat er echt iets gedaan wordt met de
resultaten,” zegt zij. “Ze zien dat hun metingen niet zomaar een opdracht zijn,
maar dat de data ook echt gebruikt wordt.”