Tijdens onze reis door de Sovjet Unie in 1975 zagen we in de grote steden steevast beelden van Lenin. Menig beeld werd vergezeld door kinderen met rode sjaaltjes, de Pioniertjes, of soldaten met geweer in de hand, enigszins strak voor zich uitkijkend.
We zagen ook een keer een bruidspaar dat bij het standbeeld op de foto werd gezet, zodat men na jaren kon terugkijken op de feestelijke dag waarop men de stichter van het heerlijke vaderland in dankbaarheid gedacht. Beelden van Stalin zagen we nergens en we wisten ons nog krantenartikelen te herinneren met ook cartoons over Chroesjtsjov die Stalin in de ban deed vanwege historische wandaden jegens volkeren van de unie en alle standbeelden liet verwijderen.
In 1973 maakte ik met mijn broer Ton tijdens een vakantie een rondreis langs Duitse campings. De oom van een jongedame waarmee mijn broer een ultrakorte romance wist op te bouwen nam mijn broer mee op zijn werktrip over diverse Duitse Autobahnen. In een gesprek met oom kwamen die prachtige Autobahnen ter sprake. Maar Herr Hitler had ook goede dingen gedaan, sprak oom met enige overtuiging. Het schokte mij. Zo had ik nog nimmer over de grote leider horen spreken, zoveel jaar nadat Europa van hem verlost was. In Duitsland heb ik alleen een gebeeldhouwde Hitler gezien in een museum.
Twee voorbeelden van hoog gelauwerde historische personen, personen die beeldbepalend zijn geweest voor niet de kleinste landen, die bij nader inzien toch niet al te uitbundig vertoond dienden te worden. Ik denk zo maar dat beelden van de Noord-Koreaanse leiders nu nog uitbundig worden vereerd en gezien worden als de personen door wiens onversaagde inspanningen het floreren van het dierbare vaderland mogelijk is gemaakt, maar dat niet al te lang na een volledig omgooien van het politieke regime slechts enkele beeltenissen in een museum nog terug te vinden zijn. Ziet men in Irak nog veel heroïsche beelden van Saddam Hoessein op grote pleinen in welke stad dan ook?
Je kunt natuurlijk aanvoeren dat de beeldenstormen in sommige landen ontsproten zijn uit de wetenschap dat die leiders hun eigen volk hebben laten bloeden en dat het weghalen en nagenoeg onmogelijk maken van verering van de bloeddorstige leiders slechts een kleine genoegdoening betekenen. Jan Pietersz Coen heeft met zijn bloeddorstige optreden niet het Nederlandse volk laten bloeden.
Dat bloeden betrof een ander volk, heel ver weg. Laat ik nu - wellicht geheel ten onrechte – het gevoel hebben dat het volksdeeltje dat zo graag schreeuwt: eigen volk eerst! nu voor het merendeel staat opgesteld achter het Hoornse gezichtsbepalende beeld van een persoon die je voor elke rechtbank in elk tamelijk echt democratisch bestuurd land achter de tralies kunt krijgen voor zijn gepleegde daden. En die daden benne groot!
Dat wij in deze eeuw nog een beetje profijt hebben van wat ooit is opgebouwd door personen als Jan Pietersz C. zou een argument kunnen zijn dat we met trots ons standbeeld laten staan waar hij staat. Dat wij zelf als nageslacht van het grootste deel van de toenmalige bevolking van Hoorn dat nauwelijks mocht meeprofiteren van de enorme winsten die werden opgestreken door de heren van de VOC de behoefte hebben om meneer C met grote trots te tonen aan ieder die de Coenstad aandoen valt eigenlijk moeilijk uit te leggen.
In de tijd dat de schrijver Potgieter zijn nationalistische gevoelens, die ontsproten waren uit zijn bewondering voor het werk van de VOC, uitdroeg in bijvoorbeeld zijn verhaal over Jan, Jannetje en hun jongste kind met daarin de persoon Jan Salie, die het tegendeel van frisse ondernemerschap was, ontstond ook de gedachte om een markant figuur uit die mooie VOC-tijd op de mooiste plek in de stad neer te zetten.
Het beeld wordt helemaal niet vereerd wordt her en der fanatiek beweerd. Oh nee? Tot 1940 was het een jaarlijkse gewoonte om plechtig een krans te leggen bij het beeld. Onze nationale politieke idioot Thierry B. kwam niet eens zo lang geleden een bosje bloemen bij het beeld neerleggen. Betekent het fanatiek pleiten voor laten staan ook niet een soort van eerbetoon? Ik zie bij berichten over het beeld bij Facebook tientallen opmerkingen van mensen van wie ik me afvraag of ze berichtgeving over het beeld ooit ook helemaal gelezen hebben.
Misschien dat onze raadsleden zich wel hebben ingelezen in informatie over standbeeld en ophef. Hoe zouden onze politici reageren, wanneer in München onder groot applaus een standbeeld van Herr Adolf H. wordt neergezet, omdat hij nu eenmaal belangrijk was voor de geschiedenis van de stad. Laten we eens een jaartje nadenken over wat we willen.
Disclaimer: De inhoud van de column is uitsluitend voor rekening van de auteur. Streekomroep West-Friesland is niet ge- of verbonden aan een politieke partij of welke politieke richting dan ook, maar geheel autonoom en onafhankelijk.