Blue Monday komt eraan. Maandag 19 januari, de vaste derde maandag waarop hij valt: de dag die bekendstaat als de somberste van het jaar, omdat goede voornemens vervagen, de feestdagen voorbij zijn en de winter nog eindeloos lijkt. Officieel bestaat hij niet — ooit bedacht door een marketingbureau — maar toch voelt hij elk jaar verdacht echt.
Alsof januari boven West-Friesland net iets zwaarder hangt dan elders. De nog aanwezige kerstverlichting is overbodig, de wind staat strak op de dijk en de lucht lijkt permanent van grijs beton.
Volgens Stichting Sire moeten we op Blue Monday ons lichtpuntje vinden en durven hopen. Dat klinkt sympathiek. Maar eerlijk: probeer dat maar eens te doen terwijl je met tegenwind langs het Markermeer fietst, of het nieuws aanzet en hoort dat alles duurder wordt, voller raakt en ingewikkelder lijkt dan ooit. Oorlog ver weg, maar toch dreigend dichtbij. Zorg die kraakt. Jongeren die geen huis vinden, ouderen die geen plek krijgen. Minder hoop voelen is geen zwakte. Het is een logische reactie.
Hoop zou ons sterker maken, zegt Sire. Filosoof Tinneke Beeckman is minder geruststellend. Dat idee, waarschuwt zij, kan ook verblinden. Het risico schuilt erin dat we onszelf sussen. Dat we zeggen: het komt wel goed, terwijl we ondertussen niet echt waarnemen wat er om ons heen gebeurt. Misschien heeft ze gelijk. Is hoop soms gewoon uitstel van aandacht?
Maar laten we het ook niet groter maken dan nodig is. Geen hoop. Geen wanhoop. Geen grote woorden. Wat als we beginnen bij iets veel simpelers: kijken. Niet wegduwen. Gewoon kijken en je verwonderen. Niet als therapie, maar als houding. Of, zoals het nuchter wordt gezegd: je moet zelf de slingers ophangen. Niet wachten tot iemand anders ze ophangt. Niet tot het beter weer wordt. Zelf doen.
Ik zag wat dat kan doen tijdens een weekend op Texel. Het ging niet om een groots moment, maar om een zonsondergang. De zon zakte langzaam in zee. Op het strand stonden ook andere mensen te kijken. Niemand zei iets. En toen de zon verdween, begon iemand te klappen. Binnen een paar seconden deed iedereen mee. Applaus voor de zon die onderging. Dat simpele, gedeelde moment voelde onverwacht groots.
En het gekke is: je hoeft daar helemaal niet voor naar Texel. Diezelfde zon zakt hier ook. Achter de masten in de haven van Hoorn. Langs de dijk bij Schellinkhout. In het Markermeer. Ze doet het elke dag. Alleen zijn wij meestal te druk om het te zien. Of we vinden het te gewoon om er nog iets bij te voelen.
We rennen van verplichting naar verplichting. Ogen op de klok, hoofd vol zorgen. Zelfs onze somberheid plannen we tegenwoordig vooruit.
Maar juist op Blue Monday is het misschien een goed moment om even in te houden. Om te zien hoe het licht over het water schuift. Om de wind langs je jas te voelen. Om die koude, natte januarilucht in te ademen die tegelijk scherp en schoon is. Dat lost niets op. En toch doet het iets.
Neem die eerste slok koffie aan de keukentafel. Ja, hij is te sterk. Nee, dat maakt hem niet waardeloos. Kleine momenten redden de wereld niet. Maar ze maken haar wel bewoonbaar.
We moeten stoppen met wachten op hoop als iets groots. Iets wat pas komt als alles meezit. Het begint hier. Met aandacht. Met zien wat er al is.
Dus als het straks Blue Monday is: kijk even om je heen. De zon komt ook boven West-Friesland gewoon op. En als je dat niets vindt, ligt het probleem misschien niet bij de dag, maar bij hoe je kijkt.